Frame
10 juni 2016; twee type legwijzen
De doorsnede van een kabel wordt berekend op basis van de legwijze van de kabel, d.w.z. in de grond, open of gesloten kabelgoot etc. In het kabelberekeningsprogramma kan uiteraard de route worden ingesteld. Echter bijna alle kabels gaan via meerdere trajecten naar de eindgebruiker toe. Daarom is in Kabel++ een tweede soort van legwijze instelbaar gemaakt.


16 maart 2016; willekeurige netto doorsnede kabelarmering
Sta je niet zo bij stil, maar de armering van een kabel bepaalt mede de kortsluitlengte. Immers bij een kortsluiting tussen een fase en de afscherming wordt de kortsluitstroom bepaald door de weerstande van de afscherming.
Nu is het zo dat de netto doorsnede van de afscherming van kabels varieert per fabrikant en type. Dat maakt het berekenen van de kabel dus wat lastiger. In een kabelberekeningsprogramma moet dus feitelijk bij elke berekening de doorsneden specifiek worden ingevoerd, dan wel een verzamelijk op te bouwen van specifieke fabrikaat en typen.


11 oktober 2015; NEN 1010 versie 2015
Sinds de beurs elektrotechniek in Utrecht is de nieuwe versie van de NEN 1010 van kracht. Deze volgt de vorige versie uit 2007 op. De nieuwste uitgave is verdergaand gebaseerd op de europese norm IEC 60364. Gezien onze Europese markt een goede zaak.
Wijzigingen die voor Kabel++ van belang zijn is o.a. de gewijzigde belasting voor een kabel in de grond in een buis gelegd.


14 september 2015; NEN 1010 versie 2015
Kabel++ kende wel een algemene correctie voor de invloed van een hogere temperatuur in de schakelkast, op de karakteristiek van automaten en smeltveiligheden. Dat hebben we verbeterd. Men kan nu de verwachtte kasttemperatuur opgeven, waarop Kabel++ die verdisconteert in de grafiek van de beveiliging. Tevens kan worden opgegeven dat automaten tegen elkaar worden gemonteerd. Ook dat veroorzaakt dat de grafiek van de automaat verschuift. Voor automaten die een elektronische trip unit hebben wordt aangenomen dat de temperatuurbeinvloeding niet van toepassing is.


3 maart 2015; Windmolens op zee
De energie van windmolens op zee moet vaak over lange afstanden worden getransporteerd. Windmolens op zee staan nog steeds in de belangstelling, en zeker in Nederland aangezien zij met moeite aan de internationale CO2 afspraken kan voldoen.
Bij de berekening van de kabel in zee moet worden nagegaan hoe de kabel in of op de zee bodem ligt. Met name als de kabel in de bodem ligt, in de klei, is de warmte afgifte slecht en ofwel de kabel kan minder worden belast.
Het volgende aandachtspunt, het spanningsverlies, kan worden verbeterd door een voldoende hoge spanning te kiezen. Een factor 10 hogere spanning geeft een factor 10 lager spanningsverllies. Immers de stroom neemt een factor 10 af bij dezelfde weerstand van de kabel.

Blijft over dat bij meerdere molens de keuze moet/kan worden gemaakt tussen een ster verbinding of een enkele kabel die langs alle molens loopt. Een optimale keuze zou kunnen zijn een combinatie hiervan. Ofwel een energie verdeler op zee om alle strengen te koppelen met de hoofdvoedingskabel naar de vaste wal.
In het berekeningsprogramma Kabel++ moet per streng van meerdere molens in serie, een aparte berekening worden gemaakt met de stamkabelmodule. Hierbij moet de voedingskabel als gegeven worden ingevoerd om het programma met de juiste demping te kunnen laten rekenen.


12 december 2014; Kabels met functiebehoud
De veiligheid wordt steeds belangrijker. Zo ook de inzet van kabels met functiebehoud. Ofwel, in de situatie van brand moet de kabel gedurende een zekere periode nog functioneel zijn werk kunnen blijven doen.

Hierbij zijn een aantal aspecten aan de orde:
- Een keuze maken hoe lang de brandsituatie ondergaan moet kunnen worden,
  aangeduid door de letter E en dat in minuten.
- Een kabeltype toepassen dat functiebehoud bestendig is. Dit houdt in dat de aders geisoleerd zijn met mica,
  dit mica verglaast tijdens brand.
- De kabel moet beter worden ondersteund, met gecertificeerde kabelgoten of steunen.
- Normen die meer info geven zijn VDE0472 deel 814, DIN 4102/12 en de NPR 2576.

Op o.a. de site van Cablemasters en Draka wordt meer info gegeven betreffende kabels en bij Stago over de toe te passen kabelgoten.
Overigens hoeven niet alle kabels in een installatie functie behoud te zijn. Op de eerste plaats de vraag of het uberhaupt nodig is. Betreft het publieke ruimten, dan ligt het snel voor de hand, maar een magazijn waar niemand is, ligt dat niet voor de hand. En dan daarnaast v.w.b. een publieksruimte: Rookgasafvoer, verlichting moet gedurende een ontruimingstijd in bedrijf blijven, maar een handmelder om de brandcentrale te activeren weer niet.
Voor wat betreft de kabelberekening zou het gedeelte van de kabel, dat door een brandcompartiment loopt, en dus bij brandsituatie warm wordt, nog wel in staat moeten zijn om een ventilator te kunnen starten. Het spanningsverlies bij aanloop of alleen bij nominaal bedrijf, moet bewaakt blijven onder de conditie van hoge temperatuur en dus hogere weerstend. In het Kabel++ kunnen deze instellingen en keuzen worden gemaakt.


15 juni 2014; Generator voeding
Een generator kan weinig kortsluitvermogen leveren. Circa 3x zijn nominale waarde.
Dat houdt in dat in de situatie dat de afgaande voeding in de zelfde orde grootte is als de generator zelf, de generator onvoldoende kortsluitstroom kan leveren om de beveiliging aan te laten spreken.
Hiervoor is niet echt een oplossing. De magnetische instelling laag instellen zodat deze een lage kortsluitsroom detekteert, heeft geen zin omdat de beveiliging ook weer niet aangesproken moet worden door een inschakelstroom.


24 augustus 2013; Hele lange kabel
Stel je hebt een hele lange voedingskabel, tot zelfs meerdere kilometers. Het resultaat is dat de doorsnede nogal -erg- dik wordt. Dat is het gevolg omdat bij de kabelberekening je wil blijven voldoen aan een maximaal spanningsverlies en aan de kortsluitlengte.
Nu kun je een hoger spanningsverlies accepteren, maar een kortsluiting moet wel worden afgeschakeld. Bij een kortsluiting moet de installatie wel betrouwbaar blijven. Maar ook daar is wat aan te doen. Als het een speciale omstandigheid betreft, kun je accepteren dat de kortsluiting blijft staan, maar onder de conditie dat de toegestane bedrijfstemperatuur niet wordt overschreden. Dit onder conditie van aanvullende toevoegingen zoals voldoende afscherming, pictogrammen en een toelichting in het gebruikers boek.
Een kabelberekeningsprogramma moet dan wel de optie hebben om de kortsluitlengte tot een zekere tijd toe te willen staan. In het Kabel++ kan deze instelling worden gemaakt.